foto

Zorg & Ondersteuning

Onder zorgverbreding verstaan wij het verbeteren en het verbreden van de zorg aan leerlingen, zodanig dat zoveel mogelijk kinderen een ononderbroken basisschoolontwikkeling doormaken op onze school.

Binnen ons adaptief onderwijs richten we ons zowel op kinderen die sneller kunnen en/of meer aankunnen als op kinderen die meer tijd en/of meer begeleiding nodig hebben.

Daardoor voorkomen we dat kinderen onnodig doorverwezen hoeven te worden naar het speciaal (basis)onderwijs of problemen ondervinden omdat ze te weinig uitdaging krijgen/er te lage eisen aan hen worden gesteld.

De zorgverbreding is een taak van de groepsleerkrachten. Zij worden hierin begeleid door de intern begeleider.

In het schooljaar 2008-2009 zijn wij gestart met de invoering van de

1- Zorgroute.

Wij gaan er van uit dat alle kinderen zorg nodig hebben. We willen niet alleen de risicoleerlingen zo vroeg mogelijk signaleren en zo onderwijsleerproblemen aanpakken, maar  brengen de onderwijsbehoeften van élk kind in kaart en geven aan wat een kind nodig heeft om de volgende stap in zijn ontwikkeling te kunnen zetten. De 1-Zorgroute hanteert een werkwijze waarbij de leerkracht vooraf nadenkt over wat ieder kind nodig heeft om de gestelde doelen te bereiken. Specifieke onderwijsbehoeften worden vastgelegd en de kinderen met vergelijkbare onderwijsbehoeften worden geclusterd. Zo ontstaat een groepsplan, waarin de inhoud en organisatie wordt vastgelegd van het dagelijkse onderwijs aan de groepjes kinderen binnen de groep. Per schooljaar vinden er drie evaluaties plaats en wordt het groepsplan bijgesteld.

 

Passend onderwijs

 

Op 1 augustus 2014 is de Wet Passend Onderwijs van kracht. Passend onderwijs betekent dat ieder kind het onderwijs en de ondersteuning krijgt die het nodig heeft. De onderwijsbehoefte van het kind staat centraal. Scholen in de regio werken samen om alle kinderen de beste onderwijsplek te bieden. De beste onderwijsplek voor een kind kan zijn in het basisonderwijs, het speciaal basisonderwijs of het speciaal onderwijs.

   

De school heeft zorgplicht

Met de invoering van de wet ‘Passend onderwijs’ melden de ouders hun kind aan bij de school die hun voorkeur heeft. Deze school moet een zo passend mogelijk onderwijsaanbod bieden. Kan de school uw kind niet voldoende ondersteuning bieden, dan is het de verantwoordelijkheid van de school een andere basisschool of school voor speciaal (basis)onderwijs aan te bieden, die beter tegemoet kan komen aan de onderwijsbehoeften van het kind.

 

Uw kind aanmelden bij een school naar keuze

U kunt uw kind aanmelden voor een school voor primair onderwijs vanaf de dag waarop uw kind 3 jaar wordt?-Heeft u in ons de school gevonden die voldoet aan uw wensen, dan meldt u uw kind minimaal 10 weken (liefst eerder) voordat uw kind 4 jaar wordt aan door het inschrijfformulier in te vullen. Bij een tussentijdse aanmelding (bijv. een verhuizing) doet u dit 10 weken voordat uw kind op school begint. Als u uw kind later aanmeldt, kan het zijn dat uw kind niet op tijd geplaatst kan worden.

Als u denkt dat uw kind extra hulp nodig heeft, dan is het belangrijk dat u dit bij de aanmelding doorgeeft. Hierbij kunt u ook denken aan informatie of adviezen, die u m.b.t. uw kind heeft gekregen vanuit het consultatiebureau, de peuterspeelzaal of kinderopvang.  De school kan dan onderzoeken welke ondersteuning en begeleiding uw kind nodig heeft. Bij een verhuizing  ontvangen we ook het onderwijskundig rapport van de vorige school.

 

Binnen 6 tot 10 weken na aanmelding een passend aanbod voor uw kind

Binnen 6 weken na uw aanmelding doen we u een passend aanbod.  Als we uw kind niet voldoende zelf kunnen ondersteunen, zoeken we binnen diezelfde 6 weken een betere plek. We mogen deze termijn 1 keer met maximaal 4 weken verlengen. Uw kind blijft ingeschreven bij ons op school, totdat we een geschikte andere school hebben gevonden.

 

Schoolondersteuningsprofiel

Informatie over de onderwijsondersteuning die onze school biedt, kunt u vinden in het ondersteuningsprofiel. Dit kunt u bij ons opvragen.

 

Uw kind aanmelden bij een school naar keuze

Wanneer de school waar een kind is aangemeld niet zelf de benodigde onderwijsondersteuning kan geven, dan wordt – in overleg met u – gezocht naar een passende plek op een andere school in het samenwerkingsverband. Deze school zal voldoende expertise hebben om voldoende tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van uw kind. We houden zoveel mogelijk rekening met uw voorkeuren, bijvoorbeeld voor een bepaalde schoolrichting of de maximale afstand tussen uw huis en de school. Als u uw kind op tijd hebt ingeschreven en uw kind binnen de termijn van maximaal tien weken nog niet is toegelaten, heeft hij of zij recht op een tijdelijke plaatsing op de school van aanmelding.

 

 

Ontwikkelingsperspectief

Heeft uw kind bij plaatsing op onze school extra ondersteuning nodig en volgt hij of zij een afwijkend onderwijsprogramma, dan is het prettig om zijn of haar ontwikkelingsmogelijkheden te kennen. Daarvoor stellen we in overleg met u (binnen 6 weken na plaatsing) het ontwikkelingsperspectief op, waarin staat welke onderwijsdoelen uw kind zal kunnen halen. We gebruiken hiervoor ook de medische gegevens, informatie over eerder verleende hulp en ondersteuning en de behaalde leerresultaten. Indien nodig wordt gekeken naar de thuissituatie en worden eventueel aanvullende observaties en/of onderzoeken gedaan.

Indien u het niet eens bent met het beschreven perspectief, dan bespreekt u dit met de school. Wanneer dit gesprek niet tot overeenstemming leidt, kunt u een second opinion aanvragen bij het Samenwerkingsverband van  de school. Blijkt het geschil niet oplosbaar dan kunt een en ander voorleggen aan de geschillencommissie ‘toelating en verwijdering’. Deze commissie geeft binnen 10 weken een oordeel aan het schoolbestuur.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met onze school of ga naar www.swv-drechtsteden.nl

 

De zorgstructuur op de Viermaster

  1. De groepsleerkracht houdt de ontwikkelingen van de kinderen bij met behulp van een dagelijks registratiesysteem van de werkresultaten en gedragingen, de groepsleerkracht signaleert haperingen en biedt de nodige zorg om problemen op te lossen
  2. De intern begeleider begeleidt de groepsleerkracht en bouwcollega’s ondersteunen elkaar d.m.v. uitwisseling van werkervaringen.
  3. Er wordt een LeerlingVolgSysteem, LVS, gehanteerd volgens een toetskalender om alle kinderen te volgen in hun schoolontwikkeling.

Voor de onderbouw wordt  KIJK!  gebruikt dat alle belangrijke aspecten in de schoolontwikkeling van het jonge kind signaleert en aanwijzingen geeft voor de nodige stappen die moeten worden ondernomen.

Vanaf groep 3 gebruiken we methodeonafhankelijke toetsen voor de leergebieden taal,lezen en rekenen. De resultaten van de kinderen kunnen van hoog naar laag worden ingedeeld op een A, B, C, D of E- niveau, en geven een richtlijn aan de leerkracht om het onderwijs aan te passen aan de behoeften van de kinderen.

Voor het volgen van de sociaal-emotionele ontwikkeling wordt vanaf groep 3 Viseon afgenomen.

  1. Driemaal per jaar houdt de intern begeleider groepsbesprekingen met iedere groepsleerkracht. De intern begeleider bespreekt de resultaten en geeft adviezen over het betreffende onderwijsgebied voor de volgende periode, ten aanzien van de hele groep en/of enkele kinderen.
  2. De groepsleerkracht stelt het groepsplan bij aan de hand van de resultaten van groeps- en toetsbesprekingen.
  3. Aan het eind van het schooljaar draagt de groepsleerkracht zijn groep over aan de volgende leerkracht. Hierbij dragen zij alle relevante informatie over m.b.t. tot het leren en het gedrag van de leerlingen. Na 6 weken van het nieuwe schooljaar vindt een 2e bespreking plaats. In deze bespreking wordt de overdracht geëvalueerd en komen de leerlingen die nadere aandacht behoeven nogmaals aan bod.

 

De overstap naar het voortgezet onderwijs

De Viermaster kiest voor een zorgvuldig proces bij de schoolkeuze. Het is belangrijk dat het kind op die plek in het voortgezet onderwijs terecht komt, waar hij of zij zich het best kan ontwikkelen. In dit proces worden ouders en kind nadrukkelijk betrokken. In het document over het schoolkeuzeproces (dat u op hier kunt lezen) staat uitgelegd hoe er tot een advies wordt gekomen, welke factoren daarbij een rol spelen en hoe ouders en kind daarbij worden betrokken. Met gepaste trots kunnen we melden dat de onderwijsinspectie dit schoolkeuzeproces met een ‘goed’ heeft beloond. 

 

De speciale zorg voor leerlingen

Kinderen die meer aandacht behoeven dan in het groepsplan geboden kan worden, worden besproken in een leerling-bespreking met de intern begeleider. Er wordt een individueel hulpplan opgesteld, dat de groepsleerkracht gaat uitvoeren. Indien nodig, wordt een onderwijsondersteuner hierbij betrokken De ouders worden op de hoogte gesteld van het hulpplan.

Na vastgestelde tijd worden de resultaten van het hulpplan geëvalueerd. Afhankelijk van de evaluatie wordt het hulpplan afgerond, dan wel bijgesteld en/of vervolgd.

Soms is er vakmanschap van buitenaf nodig.

Als er sprake is van een onderwijsbehoefte of schoolgerelateerde zorg, kan de intern begeleider de hulp inroepen van het OndersteuningsTeam (OT). . Hiervoor is toestemming van de ouders nodig.

Kerndeelnemers aan het zorgteam zijn: de directeur (voorzitter), de intern begeleider(s), de orthopedagoog, de schoolmaatschappelijk werker en de jeugdverpleegkundige. Hier kunnen naar behoefte meer specialisten voor uitgenodigd worden.

 

NT 2

Sommige kinderen worden tweetalig opgevoed. Andere kinderen komen pas op een peuterspeelzaal of basisschool in aanraking met Nederlands. Als gevolg daarvan zijn er grote niveauverschillen merkbaar bij jonge kinderen aan de start van hun basisschoolperiode.

Communicatie tussen kinderen onder elkaar, kinderen en leerkrachten en kinderen en ouders is van groot belang op elke basisschool. Sommige kinderen hebben daar extra ondersteuning voor nodig.

In de groepen 1 en 2 gebeurt dit heel intensief, nl. 3 keer per week. We maken dan gebruik van methodes zoals, Knoop het in je oren, Laat wat van je horen  die hiervoor speciaal zijn ontwikkeld. We bereiden de  thema’s aan de hand van de methode Schatkist taal en rekenen voor, voordat ze in de klas aan bod komen, het zogenoemde pre-teaching. In de groep zelf worden prentenboeken vaak nog eens aan een kleine groep opnieuw voorgelezen.

Daarnaast volgen we de taalontwikkeling nauwkeurig door op vaste momenten enkele onderdelen van de CITO Taaltoets voor Alle Kinderen”, (TAK) af te nemen.

In de groepen 3 is ondersteuning uit de nieuwe versie van Veilig leren Lezen die precies aansluit en vooruitloopt op de thema’s die in groep 3 aan bod komen. In deze methode zit een speciale leerlijn voor het bevorderen van de woordenschat.

Vanaf groep 4 t/m 8 kijken we nauwgezet welke kinderen op welke taalonderdelen nog specifieke hulp en ondersteuning van pre-teaching kunnen gebruiken.